Wijngeschiedenis

De productie en consumptie van wijn in Argentinië dateert van ongeveer 400 jaar geleden.
Met de komst van de ontdekkingsreizigers werd de Vitis Vinifera in Las Americas geïntroduceerd.  Vanuit Peru baande deze haar weg naar Salta in 1543.  Katholieke priesters wilden dat er wijn was tijdens de misviering, dus begonnen zij aan wijnbouw rond kloosters en kerken.

Tegen het einde van de 19de eeuw kwamen er, voor het aanleggen van de Argentijnse spoorwegennet, een grote stroom van Europese immigranten in Argentinië.  Zij brachten verschillende soorten druivensoorten naar Argentinië en begonnen deze te telen.  Al snel hadden deze ‘wijnbouwers’ begrepen dat de beste gronden aan de voet van de Andes lagen.  Dit gecombineerd met een perfect klimaat maakte dat zij de kunst van de wijnbouw goed onder de knie kregen.

Toch kunnen we zeggen dat in Argentinië de moderne wijnindustrie al begon in 1852.  De gouverneur van Mendoza vroeg de Franse agronoom, Miguel Pouget, om Franse druivensoorten te telen in Mendoza.  Onder de 120 druivensoorten die Pouget importeerde, zat Malbec. Deze is nu het uithangbord van Argentinië!

Het grootste deel van de Argentijnse wijnexport begon in 1996.  De nationale consumptie per persoon viel van 100 flessen naar 35 flessen per jaar.  Argentinië zag toen het enorme potentieel in het exporteren van haar wijnen.  Nationale en internationale investeerders en wijnmakers brachten kennis en moderne technologieën om dit veelbelovende wijnland de juiste middelen te geven om topwijnen te produceren.